Dragen – Peter Callewaert, 1 november 2026

Tijdens de week in aanloop naar Allerheiligen heb ik veel tijd op de twee begraafplaatsen van Deerlijk doorgebracht in de Troostcamionette. Ook op 1 november was ik met Reveil-Deerlijk aanwezig tussen de levenden die hun doden bezochten.

Zo heb ik veel bijzonders zien gedragen worden.
Arm op een arm.
Bloemen, verse in de ene richting, kapotte in de andere richting.
Hondje op de arm.
Kind op de arm.
Knuffel in kleuren die in stilte om aandacht schreeuwden.
Rugzak. Vooral veel grote, zware, onzichtbare rugzakken.
Verf en borstel waarna een graf opnieuw leesbaar werd.

begraafplaats Sint-Lodewijk ‘Sellewie’

Kaarsen.
Op 1 november heb ik er tientallen aangestoken. De kaarsen lichtten verspreid op zoals in elk dorp ’s avonds ook hier en daar een licht brandt, aangaat bij thuiskomst, uitgaat bij het slapengaan. Zo vond ik als laatste op het donkere kerkhof mijn weg naar de rest van het dorp en zo naar huis.

Kruis. Veel onzichtbare zware kruisen.
Eén kruis zichtbaar. Ik zag een oude man het kruis torsen. Zacht torsen, dicht tegen zich aan, zijn zoon in zijn armen. Lange weg onderweg naar huis. Ik heb het helpen dragen; mogen helpen dragen. Tussen hij en zijn vrouw, droeg ik hun zoon, even hun kruis. Nu zijn ze thuis. Het kruis ook.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Geef een reactie