De zin van bladzijde 166 – Peter Callewaert, 21/02/2026

Het zal meteen duidelijk worden waarom ik uiterst zelden een boek leen uit de bibliotheek. ’t Is omdat er in elk boek één zin is die mij doet stoppen met lezen. Dan volgen er uitroeptekens, onderlijningen en noteer ik de bladzijdenummer vooraan in het boek. Daarna herlees ik de passage opnieuw en stop ik nog eens met lezen. Dan begint het nadenken, weg uit het boek, naar het echte leven of naar andere boeken. Er zijn in elk boek meerdere zulke zinnen maar één springt er altijd bovenuit.

Hij in bovenstaande passage is Nils Vik, veerman op een Noorse fjord. Op een dag beseft Nils dat het zijn laatste dag is en hij vaart uit, zoals elke dag. Over de hele fjord stappen alle gestorven reizigers op hun vaste plaatsen op en tegen de nacht vaart hij de fjord uit, naar de open zee.

De zin een inefficiënte man is een man die de tijd neemt voor mensen, doet mij aan De Kleine Prins denken bij zijn bezoek aan de planeet van de lantaarnopsteker. De Kleine Prins is bij mij nooit ver weg maar toch zie ik hier een onmiskenbaar duidelijk verband.
Over het werk van de lantaarnopsteker zegt De Kleine Prins: zijn werk heeft tenminste zin. Wanneer hij zijn lantaarn aansteekt, maakt hij als het ware een nieuwe ster of een bloem. Het is een hele mooie bezigheid – en ook werkelijk nuttig, omdat het zo mooi is.

Nuttig want mooi.
Efficiënt? Of inefficiënt?
Sommige inefficiënties zijn werkelijk nuttig want mooi.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Geef een reactie